ERE-E per toepassing

Wanneer levert elektriciteit op terminals ERE-E op?

Elektriciteit op terminals levert niet automatisch ERE-E's op. Alleen stroom die aantoonbaar aan kwalificerend vervoer wordt geleverd, kan onder voorwaarden ERE-E's creëren. Dat maakt de juiste scheiding tussen mobiel materieel, walstroom, laadpunten en algemeen terminalverbruik bepalend.

9 juni 2026·PYK Power·8 min leestijd
Haven met containerschepen en kranen bij schemering

Voor wie dit speelt

Dit artikel is geschreven voor terminalexploitanten, terminalmanagers, assetmanagers, energiemanagers, havenbedrijven en commerciële teams die verantwoordelijk zijn voor elektrische terminaloperaties.

Op terminals komt elektrificatie op meerdere manieren samen. Elektrisch terminalmaterieel wordt geladen, schepen kunnen walstroom gebruiken, trucks of bedrijfswagens laden op het terrein en soms zijn er ook drijvende werktuigen actief.

Tegelijk loopt op dezelfde locatie vaak stroom naar gebouwen, werkplaatsen, reeferaansluitingen, verlichting, vaste installaties en andere processen. Voor ERE-E maakt dat terminals interessant, maar ook ingewikkeld.

Het volume maakt de businesscase interessant, maar de ERE-E waarde ontstaat pas bij de kwalificerende kWh. Op een terminal moet daarom duidelijk zijn welke elektriciteit naar mobiel materieel, walstroom, laadpunten of bepaalde drijvende werktuigen gaat, en welke stroom hoort bij gebouwen, reefers, verlichting of vaste installaties.

De hoofdvraag op terminals

Op terminals telt niet alle elektriciteit mee voor ERE-E. Alleen stroom die aantoonbaar is geleverd aan kwalificerend vervoer kan onder voorwaarden ERE-E waarde creëren.

Dat maakt de afbakening bepalend. Stroom voor elektrisch mobiel materieel, walstroom, laadpunten op het terminalterrein en bepaalde drijvende werktuigen kan relevant zijn. Stroom voor gebouwen, reefers, werkplaatsen, verlichting, vaste installaties en andere stationaire processen moet buiten de claim blijven.

Lokale hernieuwbare opwek op het terminalterrein kan de ERE-E waarde verhogen, omdat het hernieuwbare aandeel onder voorwaarden hoger kan liggen dan bij gewone netlevering. Tegelijk maakt dit de bewijsvoering complexer, vooral wanneer dezelfde aansluiting ook wordt gebruikt voor ander verbruik, teruglevering of batterijopslag.

De kernvraag is daarom welke kWh kwalificeren, in welke sector ze vallen en of dit met meetdata en administratie controleerbaar kan worden onderbouwd.

Lees verder over het verschil tussen LRE-E, BRE-E en ZRE-E en over data voor een ERE-E dossier.

Mobiel materieel als kern van de terminalcase

Voor veel terminals ligt de eerste ERE-E kans bij elektrisch mobiel materieel.

Volgens ontvangen NEa-duiding gaat het bij mobiele machines om gemotoriseerde machines met eigen aandrijving, bedoeld voor mobiel gebruik en in staat om zichzelf te verplaatsen. Gebruik op de openbare weg of een kenteken is daarbij niet doorslaggevend.

Dat is relevant voor terminals, omdat veel materieel uitsluitend op het terminalterrein wordt gebruikt.

In de praktijk kan het gaan om elektrisch materieel zoals terminal tractors, yard tractors, reachstackers, straddle carriers, empty container handlers, vorkheftrucks, mobiele havenkranen en vergelijkbare mobiele machines.

Deze categorieën zijn niet automatisch inboekbaar. De elektriciteit moet aantoonbaar aan het betreffende materieel zijn geleverd en de overige voorwaarden moeten kloppen.

RTG’s, AGV’s, RMG’s en STS-kranen

Bij elektrisch terminalmaterieel is vooral relevant hoe het materieel zich verplaatst en waarvoor de elektriciteit wordt geleverd.

Voor RTG-kranen en AGV’s is extra praktijkduiding beschikbaar. Volgens ontvangen NEa-duiding vallen RTG-kranen en AGV’s in de beoordeelde casus in beginsel onder mobiele machines.

RMG-kranen en STS-kranen vragen juist voorzichtigheid, omdat zij zich over rails verplaatsen. Volgens ontvangen NEa-duiding valt de beoordeelde categorie daarom niet onder mobiele machine, omdat elektriciteit geleverd aan spoorvoertuigen is uitgezonderd van inboeken.

Voor de beoordeling gaat het om de technische uitvoering, het gebruik van het materieel en de vraag of de elektriciteit aantoonbaar aan dat materieel is geleverd.

Walstroom binnen de terminalcontext

Veel terminals leveren walstroom aan schepen aan de kade. Daarbij wordt elektriciteit gebruikt zodat schepen tijdens hun verblijf minder of geen gebruik hoeven te maken van generatoren aan boord.

Voor ERE-E moet walstroom apart worden bekeken van landgebonden terminalmaterieel. Elektriciteit voor elektrische trucks of mobiele machines valt in de sector land. Walstroom voor binnenvaart valt onder BRE-E en walstroom voor zeevaart valt onder ZRE-E.

De administratie moet daarom kunnen laten zien welke elektriciteit aan schepen is geleverd, of het gaat om binnenvaart of zeevaart en hoe deze levering is gescheiden van andere energiestromen op de terminal.

Voor terminals is walstroom interessant omdat de volumes groot kunnen zijn en de levering direct aan vervoer plaatsvindt. Tegelijk vraagt het om een goede sectorindeling, duidelijke meetdata en een dossier dat later controleerbaar is.

Lees verder over ERE-E voor walstroom binnenvaart en zeevaart.

Laadpunten op terminals

Op terminals ontstaan ook steeds vaker laadpunten voor elektrische trucks, bedrijfswagens, terminalvoertuigen, onderaannemers of bezoekende vervoerders.

Ook hier geldt dat niet het laadplein zelf telt. Het gaat om de elektriciteit die aantoonbaar aan vervoer is geleverd.

Een laadpunt of laadplein op een terminal kan dus ERE-E potentieel hebben, maar alleen voor zover de levering aan kwalificerende voertuigen of mobiele machines kan worden onderbouwd. Niet-transportverbruik achter dezelfde aansluiting moet buiten de claim blijven.

Bij terminals is dat vaak complexer dan bij een losse laadlocatie. De laadinfra staat meestal in een omgeving met veel andere energiestromen, meerdere gebruikers en verschillende contractrollen.

Lees verder over ERE-E voor laadpleinen en charging hubs en over MID-meters, SAP’s en CSMS-data.

Drijvende werktuigen bij terminalactiviteiten

Naast walstroom en landgebonden terminalmaterieel kunnen ook drijvende werktuigen relevant zijn.

Elektriciteit geleverd aan drijvende werktuigen, zoals elektrisch aangedreven zandzuigers en baggeraars, kan volgens ontvangen NEa-duiding inboekbaar zijn. Daarvoor kunnen BRE-E ontstaan.

Ook hier draait het om de feitelijke levering, de juiste sectorindeling en de onderbouwing. De scheiding tussen het werktuig, eventuele walstroomlevering, laadinfra en omliggend terminalverbruik moet zichtbaar zijn.

Waarom terminals sneller complex worden

Bij een losse laadlocatie is de bewijsvoering vaak relatief overzichtelijk. Bij terminals is dat meestal anders.

Eén terrein kan tegelijk elektriciteit leveren aan mobiele machines, trucks, schepen, gebouwen, reefers, vaste installaties en railgebonden apparatuur. Daarnaast kunnen er meerdere exploitanten, klanten, onderaannemers en energiestromen achter dezelfde aansluiting zitten.

De vraag is daarom niet hoeveel kWh op de terminal is gebruikt. De vraag is welke kWh kwalificeren, bij welke sector ze horen en hoe ze later controleerbaar worden onderbouwd.

Wie dit pas achteraf probeert te reconstrueren, loopt het risico dat een deel van de waarde niet meer hard te maken is.

Netlevering, lokale opwek en batterijopslag

Voor gewone netlevering wordt alleen het hernieuwbare deel beloond. Voor 2026 gebruikt de NEa daarvoor een hernieuwbaar aandeel van 50,5 procent.

Op terminals kan ook lokale hernieuwbare opwek aanwezig zijn, bijvoorbeeld zonnepanelen op daken, terreinen of carports. In dat geval kan het hernieuwbare aandeel onder voorwaarden hoger liggen dan de standaardfactor voor netlevering.

Dat is geen automatische stap. Een groen stroomcontract is niet genoeg. De inboeker moet met meetgegevens kunnen onderbouwen dat hernieuwbare elektriciteit daadwerkelijk aan vervoer is geleverd.

Bij lokale opwek, teruglevering, batterijopslag of ander verbruik achter dezelfde aansluiting wordt dit snel locatieafhankelijk. Batterijopslag kan waardevol zijn voor energiesturing en piekbeperking, maar maakt de ERE-E onderbouwing niet eenvoudiger.

Lees verder over hoe ERE-E wordt berekend en over wanneer 100 procent hernieuwbare elektriciteit claimbaar is.

Rolverdeling en inboeken

Op terminals moet ook de rolverdeling scherp zijn. Wie is eigenaar of aangeslotene van de aansluiting? Wie exploiteert de terminalassets? Wie levert elektriciteit aan vervoer? Wie beheert de meetdata?

Een partij met meer dan 2 miljoen kWh per jaar aan elektriciteit geleverd aan vervoer kan zelfstandig inboeken. Dat betekent niet automatisch dat zelf doen operationeel of commercieel de beste keuze is.

Bij grotere terminals zitten de uitdagingen vaak niet in de drempelwaarde, maar in datakwaliteit, dossieropbouw, verificatievoorbereiding, verkoop van ERE-E’s en interne capaciteit.

Lees verder over wat een inboekdienstverlener doet.

Sturen op waarde tijdens exploitatie

Voor terminalexploitanten is ERE-E meer dan een administratieve opbrengst na afloop van het jaar. Met goede data kan de indicatieve waarde ook worden meegenomen in klantafspraken, interne rapportages, tarieven, investeringsbesluiten en commerciële settlement.

PYK Power ontwikkelt een platform voor realtime inzicht in meetdata, indicatieve ERE-E waarde en dossierstatus. Waar de data dat toelaat, kan het ERE-E potentieel op aansluiting, meter, asset, laadsessie of levering inzichtelijk worden gemaakt.

Daardoor wordt eerder zichtbaar welke stroomstromen mogelijk ERE-E waarde dragen, hoe dat verschilt per toepassing en waar de onderbouwing nog aandacht vraagt.

De formele inboeking blijft afhankelijk van de geldende voorwaarden, verificatie en beoordeling van het dossier.

Hoe PYK Power terminals helpt

PYK Power helpt terminalexploitanten om hun ERE-E positie inzichtelijk, controleerbaar en commercieel uitvoerbaar te maken.

Daarbij kijkt PYK Power naar de samenhang tussen terminalassets, meetstructuur, sectorindeling, rolverdeling, indicatieve waarde en verkoopbaarheid van ERE-E’s.

Voor terminals gaat het niet alleen om inboeken. Het gaat om een combinatie van dossieropbouw, verificatievoorbereiding, realtime inzicht en commerciële afwikkeling.

Zo wordt ERE-E geen losse opbrengst achteraf, maar een onderdeel van de exploitatie van de terminal.

Korte samenvatting

Terminals kunnen ERE-E waarde opleveren bij elektrisch mobiel materieel, walstroom, laadpunten op het terrein en bepaalde drijvende werktuigen. De locatie is daarbij niet doorslaggevend. Het gaat om de bestemming van de stroom, de sectorindeling en de kwaliteit van de meting en administratie.

RTG-kranen en AGV’s zijn volgens ontvangen NEa-duiding in de beoordeelde casus in beginsel kansrijk. RMG- en STS-kranen vragen juist voorzichtigheid. Walstroom en laadpunten kunnen aanvullend relevant zijn, maar moeten administratief worden gescheiden van kantoorverbruik, vaste installaties, reeferaansluitingen en andere niet-kwalificerende stroomstromen.

Voor terminals begint de waarde niet bij de marktprijs van ERE-E’s. De waarde begint bij een dossier dat uitlegbaar is, een meetstructuur die klopt en tijdig inzicht in welke kWh daadwerkelijk waarde kunnen dragen.

Gerelateerde artikelen

Laat terminalmaterieel beoordelen

PYK Power voert een compacte ERE-E scan uit op locatie, sector, meetketen, data, bewijspositie en mogelijke waarde.