ERE-E per toepassing

ERE-E voor laadpleinen en charging hubs

Laadpleinen kunnen grote ERE-E-volumes opleveren, maar alleen als de stroom aantoonbaar naar vervoer gaat. De meterdata, sessiedata en contractrol moeten vanaf het begin kloppen, anders staat de claim later onder druk.

8 juni 2026·PYK Power·7 min leestijd
Laad- en depotterrein met trailers en containers, luchtfoto bij nacht

Voor wie dit speelt

Dit artikel is geschreven voor laadpleinexploitanten, CPO’s, depotoperators, logistieke hubs, fleetoperators en energiepartners die elektriciteit leveren aan wegvervoer.

Bij heavy-duty charging lopen de volumes snel op. Daardoor kan ERE-E commercieel interessant worden, zeker bij laadpleinen voor trucks, bussen, bestelwagens en depotladen. Tegelijk wordt de bewijsvoering belangrijker. Hoe groter het volume, hoe belangrijker het is dat meting, rolverdeling en administratie uitlegbaar zijn.

PYK Power richt zich vooral op laadlocaties waar volume en complexiteit samenkomen. Denk aan locaties met meerdere laadpunten, meerdere klanten, eigen vloot en derdengebruik, lokale opwek, batterijopslag of ander verbruik achter dezelfde aansluiting.

Een laadplein is pas echt kansrijk als duidelijk is welke elektriciteit aan vervoer is geleverd, via welk bemeterd leverpunt dat is vastgesteld en wie die levering mag inboeken of laten inboeken.

Welke stroom telt mee

Elektriciteit geleverd aan wegvervoer kan onder voorwaarden ERE-E opleveren in de sector land. Denk aan elektriciteit geleverd aan elektrische trucks, bestelwagens, bussen, depotladen, publieke of semi-publieke truckcharging en verwisselbare voertuigaccu’s wanneer die binnen de specifieke voorwaarden vallen.

Niet alle elektriciteit achter een aansluiting telt automatisch mee. Stroom voor kantoren, verlichting, horeca, werkplaatsen, koelinstallaties, algemene batterijopslag of andere installaties is geen levering aan vervoer. Die stromen moeten buiten de claim blijven.

Bij eenvoudige laadlocaties is dat vaak goed te scheiden. Bij grotere hubs wordt het sneller complex, omdat laadinfra onderdeel kan zijn van een terrein met meerdere energiestromen.

Lees verder over het verschil tussen LRE-E, BRE-E en ZRE-E en over verwisselbare accu’s.

Het bemeterde leverpunt is leidend

De basis voor ERE-E is niet alleen de inkoopmeter van de aansluiting, maar het bemeterde leverpunt waar de elektriciteit aan vervoer wordt geleverd. In de praktijk gaat het bij laadinfra vaak om de meter in de laadpaal of laadunit.

De inkoopmeter kan nuttige informatie geven voor controle en reconciliatie, maar de inboekbare hoeveelheid moet herleidbaar zijn naar de levering aan vervoer.

Daarom moet de meetstructuur vanaf het begin goed staan. Een laadplein met hoge volumes maar een onduidelijke meterstructuur kan commercieel aantrekkelijk lijken, terwijl het dossier later kwetsbaar blijkt.

De technische details rond MID-meters, secundaire allocatiepunten en CSMS-data behandelen we apart.

Lees verder over MID-meters, SAP’s en CSMS-data.

Exclusieve aansluiting of gemengde locatie

Een laadplein is administratief het meest overzichtelijk wanneer de aansluiting exclusief voor vervoer is ingericht. Dan is de afbakening tussen vervoer en ander verbruik relatief duidelijk.

Bij veel grotere locaties is dat anders. Daar wordt dezelfde aansluiting ook gebruikt voor gebouwen, terreinverlichting, werkplaatsen, koelinstallaties of andere installaties. In dat geval moet de scheiding tussen vervoer en niet-vervoer op een andere manier worden onderbouwd.

Een secundair allocatiepunt kan helpen wanneer dit exclusief voor vervoer is ingericht. Als die afbakening ontbreekt, wordt de kwaliteit van de meters en data belangrijker.

Voor laadpleinexploitanten is dit geen detail. Een laadplein kan technisch goed functioneren, maar alsnog niet optimaal zijn ingericht voor ERE-E. De meetstructuur moet ook administratief en verifieerbaar kloppen.

Rolverdeling en inboeken

Ook de rolverdeling moet kloppen. Wie is eigenaar of aangeslotene van de aansluiting? Wie exploiteert de laadinfra? Wie levert elektriciteit aan vervoer? Wie mag zelfstandig inboeken? En is er een inboekdienstverlener betrokken?

Die vragen bepalen hoe het dossier wordt opgebouwd en wie aanspreekbaar is bij verificatie.

Een partij met meer dan 2 miljoen kWh per jaar kan mogelijk zelfstandig inboeken. Toch betekent dat niet automatisch dat zelf doen de beste keuze is. Bij grotere laadpleinen zitten de uitdagingen vaak niet in de drempelwaarde, maar in meetdata, dossieropbouw, verificatie, verkoop van ERE-E’s en interne capaciteit.

Lees verder over wat een inboekdienstverlener doet.

Netlevering, lokale opwek en batterijopslag

Voor gewone netlevering wordt alleen het hernieuwbare deel beloond. Voor 2026 gebruikt de NEa daarvoor een hernieuwbaar aandeel van 50,5 procent. De waarde volgt uit de gemeten kWh, het hernieuwbare aandeel, de fossiele referentiewaarde en de omrekening naar ERE-E.

Op sommige laadpleinen is ook lokale hernieuwbare opwek aanwezig, bijvoorbeeld zonnepanelen. In dat geval kan het hernieuwbare aandeel onder voorwaarden hoger liggen dan de standaardfactor voor netlevering. Dat is geen automatische stap. Een groen stroomcontract is niet genoeg. De inboeker moet kunnen aantonen dat de hernieuwbare elektriciteit daadwerkelijk aan vervoer is geleverd.

Bij locaties met lokale opwek, teruglevering, batterijopslag of ander verbruik achter dezelfde aansluiting wordt dit snel locatieafhankelijk. Batterijopslag kan de businesscase versterken, maar maakt de ERE-E bewijsvoering niet automatisch eenvoudiger.

Lees verder over hoe ERE-E wordt berekend en over wanneer 100 procent hernieuwbare elektriciteit claimbaar is.

Waarom grotere laadpleinen complexer zijn

Bij een klein, exclusief laadpunt is de bewijsvoering vaak relatief overzichtelijk. Bij een groot laadplein is dat zelden zo eenvoudig.

Complexiteit ontstaat door de combinatie van meerdere laadpunten, meerdere gebruikersgroepen, eigen vloot en publiek laden, ander verbruik achter dezelfde aansluiting, lokale opwek, batterijopslag en verschillende contractrollen tussen eigenaar, exploitant, energieleverancier en gebruiker.

Juist bij die locaties kan de ERE-E waarde aanzienlijk zijn. Maar juist daar moet het dossier ook sterker zijn. De vraag is niet alleen hoeveel kWh er door de laders is gegaan. De vraag is welke kWh kwalificeren, bij welke partij ze horen en hoe ze later controleerbaar worden onderbouwd.

Waarom uitbesteden ook boven 2 miljoen kWh logisch kan zijn

De drempel van 2 miljoen kWh bepaalt of een onderneming zelfstandig kan inboeken. Het bepaalt niet of zelfstandig inboeken ook operationeel of commercieel verstandig is.

Voor grotere laadpleinexploitanten kan een inboekdienstverlener waarde toevoegen door meetdata en bewijsvoering goed te structureren, verificatie professioneel te organiseren, ERE-E’s namens de klant te verkopen en tijdens het jaar inzicht te geven in de indicatieve waarde.

Dat schaalvoordeel is belangrijk. Zelf inboeken lijkt op papier aantrekkelijk, maar een zwak dossier, gemiste volumes of beperkte verkoopkracht kan uiteindelijk meer kosten dan een professionele fee.

Sturen op waarde tijdens exploitatie

Voor een laadpleinexploitant is ERE-E meer dan een administratieve opbrengst na afloop van het jaar. Met goede data kan de indicatieve waarde ook worden meegenomen in tarieven, klantafspraken en de businesscase per locatie.

PYK Power ontwikkelt een platform waarmee exploitanten realtime inzicht krijgen in meetdata, indicatieve ERE-E waarde en dossierstatus. Waar de data dat toelaat, kan het ERE-E potentieel op laadsessie- of leveringsniveau worden gekoppeld.

Daardoor wordt zichtbaar welke kWh mogelijk ERE-E waarde dragen, hoe dat verschilt per locatie, laadpunt of klant en waar het dossier nog aandacht vraagt.

De formele inboeking blijft afhankelijk van de geldende voorwaarden, de verificatie en de beoordeling van het dossier. Het platform helpt vooral om eerder te zien waar waarde ontstaat en waar de onderbouwing nog aandacht vraagt.

Voor een bredere uitleg over dossieropbouw, lees ook data voor een ERE-E dossier.

Hoe PYK Power hierbij helpt

PYK Power helpt laadpleinexploitanten, CPO’s, depotoperators en logistieke hubs om hun ERE-E positie inzichtelijk en uitvoerbaar te maken.

Daarbij kijkt PYK Power naar de meetstructuur, rolverdeling, sessiedata, sectorindeling, indicatieve waarde en verkoopbaarheid van de ERE-E’s. Voor grotere en complexere locaties gaat het niet alleen om inboeken, maar om een combinatie van dossieropbouw, verificatievoorbereiding, realtime inzicht en commerciële afwikkeling.

Zo wordt ERE-E geen losse opbrengst achteraf, maar een onderdeel van de exploitatie van het laadplein.

Korte samenvatting

Laadpleinen kunnen ERE-E waarde opleveren als de levering aan vervoer goed is gemeten en de rolverdeling klopt. Bij heavy-duty charging zijn de volumes vaak groot, maar de bewijsvoering is ook complexer.

De waarde begint niet bij de marktprijs van ERE-E’s. De waarde begint bij een dossier dat uitlegbaar is, een meetstructuur die klopt en tijdig inzicht in welke kWh daadwerkelijk waarde kunnen dragen.

Voor grotere laadpleinen kan uitbesteden ook boven de 2 miljoen kWh logisch zijn. Niet omdat de partij zelf niet zou mogen inboeken, maar omdat dossieropbouw, verificatie, datakwaliteit en verkoop van ERE-E’s samen bepalen hoeveel waarde uiteindelijk wordt gerealiseerd.

Plan een laadpleincheck

PYK Power voert een compacte ERE-E scan uit op locatie, sector, meetketen, data, bewijspositie en mogelijke waarde.