Praktijk en compliance
Welke data heb je nodig voor een ERE-E dossier?
Een ERE-E dossier moet zelfstandig te volgen zijn. Een verificateur moet kunnen zien welke kWh is geleverd, aan welke vervoersbestemming, via welke meter en met welke onderbouwing dat is gebeurd.

Begin met het dossier, niet met de inboeking
Veel organisaties starten bij het volume, met de vraag hoeveel kWh er is geladen. Dat is een logische eerste stap, maar voor ERE-E zelden voldoende.
Om een claim staande te houden moet je kunnen aantonen dat de stroom aan vervoer is geleverd. Daarnaast moet duidelijk zijn welke sector geldt, wie mag inboeken en welke administratie de claim onderbouwt. Een export uit een laadpaalsysteem of een energiefactuur is meestal maar een deel van dat verhaal.
Locatie en aansluiting
Per locatie moet vastliggen welke aansluiting wordt gebruikt en wie als aangeslotene in beeld is. De EAN-registratie in het Centraal Aansluitingenregister is daarbij een belangrijk anker.
Neem in het dossier ten minste op:
- EAN-code of secundair allocatiepunt.
- Adres, WOZ-object en locatiebeschrijving.
- Overzicht van laadpunten en/of walstroompunten.
- Sectorindeling per stroom.
- Contracten en machtigingen.
Als de aansluiting ook andere verbruikers voedt, wordt de bewijslast zwaarder. De administratie moet dan duidelijk maken welk deel van de stroom richting vervoer is gegaan en welk deel niet.
Meterdata en MID
De NEa noemt het bemeterde leverpunt als basis. Dat is het punt waar elektriciteit aan het voertuig, vaartuig of de verwisselbare voertuigaccu wordt geleverd.
Als een aansluiting of secundair allocatiepunt niet exclusief voor vervoer is bestemd, moet elk relevant bemeterd leverpunt beschikken over een MID-meter. Een brutoproductiemeter voor een groep laadpalen is dan niet genoeg, omdat die de individuele leveringen niet meer zichtbaar maakt. Zonder goede meterdata wordt de claim al snel zwak.
Sessiedata, facturen en contracten
Voor laadpleinen zijn sessiedata uit CSMS of EMS vaak nodig. Voor walstroom gaat het om de koppeling tussen schip, kade, meter en levering. Voor terminalmaterieel moet duidelijk zijn welk materieel is gevoed en op welke manier de meting dat aantoont.
Leg daarnaast vast wie welke rol heeft. Wie levert de stroom, wie is aangeslotene, wie mag inboeken en is er een inboekdienstverlener betrokken? Onduidelijke rollen leveren later veel discussie op, vooral bij verificatie.
AO-IB/IC en controle
De NEa kan bij verificatie of inspectie onder meer vragen naar permanente gegevens, technische tekeningen, type laadpaal, werking van de laadpaal, contracten, procesbeschrijvingen voor controles en storingen, inkoopadministratie per EAN-code, verkoopadministratie, kWh-data en gegevens van een opwekinstallatie.
Dat klinkt zwaar, maar praktisch komt het neer op één vraag. Kun je uitleggen hoe het volume is ontstaan en waarom het klopt? Een dossier dat die vraag rustig kan beantwoorden, doorstaat een verificatie meestal goed.
Hernieuwbare elektriciteit
Voor netstroom wordt alleen het hernieuwbare deel beloond. Voor 2026 hanteert de NEa daarvoor een aandeel van 50,5 procent.
Voor 100 procent hernieuwbare elektriciteit gelden extra voorwaarden. Denk aan eigen opwek op de leveringslocatie of een directe lijn, een GvO voor niet-netlevering, geen exploitatiesubsidie en bewijs dat de stroom niet is teruggeleverd aan het net of naar andere installaties is gegaan.
Lees verder over 100 procent hernieuwbare elektriciteit.
Jaarafsluiting
Leveringen uit jaar X kunnen tot 1 maart van jaar X+1 worden ingeboekt, en inboekingen kunnen tot diezelfde datum worden gewijzigd. Voor 1 april moet de inboeker over een inboekverificatieverklaring beschikken, en op 1 april vindt de jaarafsluiting plaats.
ERE's boven de spaarlimiet vervallen, en dat maakt planning belangrijk. Wie te laat is met dossieropbouw, kan in de praktijk waarde verliezen die in de meting wel degelijk aanwezig was.
Eerder zicht op je dossier
Veel exploitanten zien nu pas na afloop van een periode of het dossier compleet is. Daardoor blijft ERE-E vaak een administratieve nabewerking, terwijl het ook stuurinformatie kan zijn.
PYK Power ontwikkelt een platform waarmee exploitanten realtime inzicht krijgen in meetdata, indicatieve ERE-E-waarde en dossierstatus. Waar de data dat toelaat, kan het ERE-E-potentieel op sessie- of leveringsniveau worden gekoppeld. Het platform helpt om meetdata, sessies, walstroomleveringen, sectorindeling en bewijsstukken op één plek te organiseren en om tijdig te zien waar nog gaten in het dossier zitten.
De formele inboeking blijft afhankelijk van de geldende voorwaarden en de beoordeling van het dossier. Het platform helpt vooral om die bewijspositie eerder en gerichter op te bouwen, zodat tariefstelling en commerciële verdeling van waarde niet pas achteraf in beeld komen.
Korte samenvatting
Een ERE-E dossier bestaat uit meetdata, sessiedata, aansluiting, contracten, sectorindeling en een controleerbare werkwijze. De waarde zit niet alleen in de kWh, maar vooral in het bewijs dat erbij hoort, en in het moment waarop dat bewijs beschikbaar is.
Vraag een ERE-E dossiercheck aan
PYK Power voert een compacte ERE-E scan uit op locatie, sector, meetketen, data, bewijspositie en mogelijke waarde.