ERE per energiedrager
E-fuels en ERE-R: van e-methanol tot e-diesel
E-methanol en andere vloeibare e-fuels kunnen ERE-R opleveren. Daarvoor moeten productie, certificering en levering voldoen aan de RFNBO-regels. De naam 'e-fuel' biedt die zekerheid niet.

Van stroom naar brandstof
Een producent kan hernieuwbare elektriciteit gebruiken om waterstof te maken en die verder verwerken tot een brandstof. Voorbeelden zijn e-methanol en synthetische diesel. Bij koolstofhoudende producten is ook een koolstofbron nodig.
Als de energie uit hernieuwbare bronnen buiten biomassa komt en de productie aan de Europese voorwaarden voldoet, kan de brandstof als RFNBO worden gecertificeerd. Levering aan een Nederlandse bestemming kan dan ERE-R opleveren: LRE-R voor land, BRE-R voor binnenvaart of ZRE-R voor zeevaart.
De productievoorwaarden
De RFNBO-regels stellen eisen aan de gebruikte elektriciteit. Bij de gebruikelijke route met netstroom en een stroomafnamecontract gaat het onder meer om aanvullende hernieuwbare productie en samenhang in tijd en plaats. Er bestaan andere routes en overgangsregels; één vaste eisenset past niet op iedere installatie.
Voor de tijdskoppeling geldt Europees in beginsel een maand tot en met 2029 en een uur vanaf 2030. Lidstaten kunnen de uurregel onder voorwaarden eerder invoeren. Ook gelden specifieke uitzonderingen. De additionaliteitseisen kennen overgangsrecht voor installaties die vóór 2028 starten.
De brandstof moet minimaal 70% ketenemissiereductie halen. Daarbij tellen productie, verwerking en vervoer mee. Voor e-methanol is ook de herkomst van de CO₂ van belang. Afgevangen CO₂ maakt een product niet vanzelf emissievrij. Verordening 2023/1185 bepaalt welke behandeling van die koolstof in de berekening is toegestaan.
Wat de leverancier moet aantonen
Voor vloeibare RFNBO's is doorgaans een AGP-vergunning nodig; bepaalde importeurs en geregistreerde geadresseerden kunnen ook inboeken. De leverancier is gecertificeerd voor de laatste opslaglocatie en houdt daarvoor een massabalans bij.
De NEa verlangt een bewijs van hernieuwbaarheid uit een erkende certificeringsketen. Een GvO voor elektriciteit vervangt dit bewijs niet. Bij een brandstofmengsel moet bovendien met monstername en analyse worden onderbouwd welk aandeel van het mengsel de betreffende brandstof vormt.
Het aantal ERE-R volgt uit de geleverde energie en de ketenemissie op het bewijs. De levering moet werkelijk hebben plaatsgevonden. Een bestelling of productieprognose kan niet worden ingeboekt.
Grenzen van deze route
Biomethanol uit biomassa volgt de biobrandstofregels. Waterstof heeft een eigen inboekroute. Andere gasvormige RFNBO's dan waterstof zijn volgens de NEa momenteel niet inboekbaar via die gasvormige route.
Luchtvaart valt sinds 2026 buiten de Nederlandse ERE-systematiek. Levering van e-kerosine aan luchtvaart levert daardoor geen ERE's op. Gebruik van RFNBO's als tussenproduct in een raffinaderij kan onder aparte voorwaarden RARE's opleveren. Controleer daarom product, productieroute en eindbestemming vóór een contract met een veronderstelde ERE-opbrengst.
Bronnen
Stel uw vraag over ERE
Stuur uw vraag over de energiedrager, sector of inboekvoorwaarden.